CRvB 20 augustus 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1961

Algemeen verbindende voorschriften, die geen wet in formele zin zijn, kunnen worden getoetst op rechtmatigheid, in het bijzonder op verenigbaarheid met hogere regelgeving. Bij de keuze en invulling van een functiewaarderingssysteem als het onderhavige komt de regelgever een ruime beslissingsruimte toe. Onvermijdelijk verzwarende werkomstandigheden, vier categorieën. De Raad deelt het standpunt van appellanten dat ook de Medewerker Intelligence en de Generalist Intelligence via de ter dienste staande communicatiemiddelen – beeldscherm/computer – worden geconfronteerd met menselijk leed. De Raad komt dan ook tot de conclusie dat de score voor ‘psychisch risico’ bij de functies van Generalist Intelligence en Medewerker Intelligence (niet van toepassing; 0 OVW-punten) in vergelijking met de score voor ‘psychisch risico’ bij de functies van Medewerker Service & Intake en Generalist Intake & Service (gering risico; 8 OVW-punten) in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De Raad komt tot de conclusie dat de score voor ‘fysiek risico’ bij de functies van Generalist Intelligence en Medewerker Intelligence (niet van toepassing; 0 OVW-punten) in vergelijking met de score voor ‘fysiek risico’ bij de functies van Medewerker Service & Intake en Generalist Intake & Service (gering risico; 8 OVW-punten) eveneens in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Uit het voorgaande volgt dat aan de functies Generalist Intelligence en Medewerker Intelligence ten onrechte minder dan 24 OVW-punten zijn toegekend. Dit betekent dat bijlage VII van het Bbp, die aan de bestreden besluiten ten grondslag ligt, hier in zoverre buiten toepassing moet worden gelaten. Het brengt tevens mee dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel van appellanten ten aanzien van de onder 3 genoemde andere LFNP-functies dan Medewerker Service & Intake en Generalist Service & Intake alsmede ten aanzien van de twee andere criteria (risico op slachtofferschap en afbreukrisico) verder buiten bespreking kan blijven. De slotsom is dat het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen de bestreden besluiten gegrond verklaren en de bestreden besluiten vernietigen. De korpschef moet opnieuw op de bezwaren beslissen, waarbij ervan uit moet worden gegaan als ware aan de functies van appellanten ten minste 24 OVW-punten toegekend. Een - eventueel – beroep tegen de nieuwe beslissing op bezwaar kan slechts bij de Raad worden ingesteld. Aanleiding de korpschef te veroordelen in de proceskosten van appellanten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken