CRvB 6 augustus 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1793
Beroepsincident. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het dienstongeval dat betrokkene is overkomen dient te worden gekwalificeerd als een beroepsincident. De door de korpschef voorgestane restrictieve uitleg van artikel 1, aanhef en onder pp, van het Barp leidt er in wezen toe dat een politieambtenaar slechts in uitzonderlijke en extreme situaties aanspraak kan maken op volledige vergoeding van de schade die hij lijdt ten gevolge van een dienstongeval. Een dergelijke uitleg verdraagt zich niet met tekst, doel en strekking van deze bepaling en kan daarom niet als juist worden aanvaard. Betrokkene wilde met collega’s twee voortvluchtige verdachten aanhouden en trachtte een van hen, op het moment dat hij zich in een steeg klem had gelopen, zich aan de aanhouding te onttrekken door al rennend hard tegen betrokkene op te botsen. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat deze situatie vergelijkbaar is met de voorbeelden van gevaarzettende situaties die zijn vermeld in de nota van toelichting bij de beroepsincidentenregeling van het Barp, in het bijzonder met de aldaar genoemde situatie van een arrestantenverzorger die een weerspannige arrestant onder controle moet houden. Dat het aanhouden van een zich verzettende verdachte behoort tot de normale werkzaamheden van een politieambtenaar, zoals de korpschef heeft aangevoerd, is niet van belang voor de beoordeling van de vraag of een dienstongeval moet worden aangemerkt als een beroepsincident.
De uitspraak op rechtspraak.nl