CRvB 6 augustus 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1792

Dienstongeval. Blijkens het Barp is een beroepsincident een gekwalificeerde vorm van een dienstongeval, een dienstongeval dat voortvloeit uit een bijzonder gevaarlijke, risicovolle situatie. Zo’n gevaarzettende situatie reikt verder dan de normale werkzaamheden, de omstandigheden waarin een politieambtenaar, gelet op de aard van zijn werk, dagelijks kan komen te verkeren. De Raad stelt voorop dat aan de korpschef, anders dan deze veronderstelt, geen beoordelingsvrijheid toekomt bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een ‘gevaarzettende situatie die rechtstreeks verband houdt met de taakuitoefening van de ambtenaar en waaraan hij zich vanwege zijn specifieke functie niet kan onttrekken’ als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder pp, van het Barp. Objectief bedoelde norm. Volle toets. Appellant wilde een zich hevig verzettende verdachte aanhouden en transportboeien omleggen. De Raad is van oordeel dat deze situatie vergelijkbaar is met de voorbeelden van gevaarzettende situaties die zijn vermeld in de nota van toelichting bij de beroepsincidentenregeling van het Barp, in het bijzonder met de aldaar genoemde situatie van een arrestantenverzorger die een weerspannige arrestant onder controle moet houden. Omdat niets in de nota van toelichting daarop wijst, deelt de Raad niet het standpunt van de korpschef dat het slechts gaat om voorbeelden waarbij sprake kàn zijn van een gevaarzettende situatie. Hieruit volgt dat het hoger beroep slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. De Raad voorziet zelf. Proceskostenveroordeling korpschef.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken