CRvB 14 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1557
Bijstand verleend in de vorm van een geldlening omdat appellanten te snel zijn ingeteerd op hun vermogen waardoor zij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan hebben getoond. Appellanten hebben daadwerkelijk terugbetalingsverplichting op de schuld aan de broer niet aannemelijk gemaakt. Appellanten hadden kunnen voorzien dat ze door de terugbetaling van de schuld aangewezen zouden raken op bijstand. Ambtshalve oordeel over de schending van de redelijke termijn in rechterlijke fase.
De uitspraak op rechtspraak.nl