CRvB 9 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1440

Herplaatsingskandidaat. Dat appellant ontslag heeft genomen betekent echter niet dat de korpschef niet heeft kunnen onderzoeken of voor appellant wel of geen passende functie beschikbaar zou zijn geweest. Dat appellant geen functie meer kon worden aangeboden, is voor de vaststelling of een passende functie beschikbaar zou zijn geweest, niet van betekenis. Nu de korpschef dit onderzoek heeft nagelaten, is sprake van een onzorgvuldig voorbereid besluit. Beroep op het vertrouwensbeginsel. Onder de omstandigheden, gelet op wat de chef arbeidszaken hem al had verteld, kon en mocht appellant uit wat K heeft gezegd redelijkerwijs niet afleiden dat hij zonder meer in aanmerking kwam voor de vertrekstimuleringspremie en lag het op zijn weg om meer zekerheid te verkrijgen, bijvoorbeeld door een concreet advies van HRM te vragen. Beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaren en dat besluit vernietigen. De korpschef moet opnieuw op het bezwaar beslissen. Mocht de korpschef tot de conclusie komen dat voor appellant een passende functie beschikbaar zou zijn geweest, dan zal de korpschef die concrete functie in de nieuwe beslissing op bezwaar moeten noemen en moeten onderbouwen waarom die functie passend zou zijn geweest. Een - eventueel - beroep tegen de nieuwe beslissing op bezwaar kan slechts bij de Raad worden ingesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken