CRvB 25 juni 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1429
Artikel 79, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR), zoals dat luidde ten tijde hier van belang, bepaalt dat de ambtenaar aan wie ontslag is verleend op grond van artikel 98, eerste lid, onder f, van het ARAR in aanmerking kan komen voor een (proportionele) diensttijdgratificatie. Nu appellant op eigen verzoek op grond van artikel 94 van het ARAR ontslag is verleend komt hij niet in aanmerking voor een (proportionele) diensttijdgratificatie. Het beroep van appellant op de hardheidsclausule wordt verworpen, omdat in het ARAR juist is voorzien in de situatie dat de ambtenaar niet in aanmerking komt voor een (proportionele) diensttijdgratificatie in geval van een eervol ontslag op eigen verzoek. Van uitzonderlijke omstandigheden aan de kant van appellant is de Raad niet gebleken.
De uitspraak op rechtspraak.nl