CRvB 3 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1377
De rechtbank heeft het beroep op het vertrouwensbeginsel terecht verworpen. De overwegingen van de rechtbank worden onderschreven. Betrokkene betoogt terecht dat het loon uit de dienstbetrekking met [Y.] van 26 maart 2015 tot 26 maart 2016 geen rol mag spelen bij de berekening van het dagloon. Betrokkene doelt hier op het loon over de periode van 1 oktober 2015 tot 26 maart 2016 dat door het Uwv (mede) bij de berekening van het dagloon in aanmerking is genomen. Het dagloon moet worden berekend op basis van het loon in de referteperiode uit de dienstbetrekking met betrokkene. Op grond van artikel 12e, eerste lid, van het Dagloonbesluit moet bij de berekening worden uitgegaan van het aantal dagloondagen van 26 maart 2016 tot en met 31 juli 2016. Het incidenteel hoger beroep slaagt. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank, zij het op onjuiste gronden, terecht het beroep van betrokkene gegrond heeft verklaard, het bestreden besluit heeft vernietigd en veroordelingen tot vergoeding van schade, proceskosten en griffierecht heeft uitgesproken. De aangevallen uitspraak komt in zoverre voor bevestiging in aanmerking. Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl