CRvB 6 maart 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:782

Vaststelling hoogte IOW‑uitkering. De vaststelling van de hoogte van de IOW‑uitkering vloeit voort uit dwingendrechtelijke bepalingen van artikel 48c en 10 van de Wet IOW. Dat de toepassing daarvan voor appellant ongewenste gevolgen heeft, maakt niet dat het artikel buiten toepassing zou moeten worden gelaten vanwege een onbillijkheid van overwegende aard. De Wet IOW biedt daar geen grondslag voor. Bovendien mag de rechter in geen geval de innerlijke waarde of billijkheid van de wet beoordelen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen