CRvB 27 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:719

Pgb verleend van € 68.839,80 bruto, inclusief een budgetgarantie van € 17.613,-. De door het zorgkantoor voorgestane berekening van het pgb van betrokkene voor 2014 leidt ertoe dat betrokkene met ingang van 1 december 2014 de zorg die hoort bij ZZP 6LG moet inkopen met hetzelfde bedrag waarvoor zij eerder de zorg kon inkopen die hoorde bij ZZP 4LG. Hierdoor gaat het inkopen van de zwaardere zorg ten koste van het garantiebedrag waarop betrokkene recht had voor het inkopen van de lichtere zorg waarmee betrokkene tot 1 december 2014 toe kon. Met de ratio van artikel 2.6.6a van de Rsa dat bij een niet verminderde zorgzwaarte een even hoog pgb wordt toegekend als in 2013 verdraagt zich niet dat bij een grotere zorgzwaarte het garantiebedrag wordt aangewend ter bekostiging van de zwaardere zorg. Hierdoor komt de rechtszekerheid in gedrang. De rechtbank heeft het bestreden besluit dan ook terecht vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen