CRvB 21 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:608

LFNP. Functievolger. De Raad stelt vast dat de bezwaren van appellant in wezen zijn ingegeven door het verschil in waardering tussen enerzijds zijn eigen functie en anderzijds die van zijn collega’s en niet zozeer betrekking hebben op bijzondere, individuele omstandigheden. Dat appellant vanuit zijn functie de te verrichten werkzaamheden over de monteurs verdeelt - ‘aanstuurt’ zoals appellant het noemt - betekent niet, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, dat appellant de leidinggevende en eindverantwoordelijke voor de monteurs is. De korpschef heeft zich dan ook in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er geen omstandigheden zijn die toepassing van de in artikel 55v van het Barp neergelegde hardheidsclausule rechtvaardigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen