CRvB 30 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4357

De Raad acht onvoldoende onderbouwd dat betrokkene in staat is de functie besteller post/pakketten uit te voeren. Hieruit volgt dat ten minste een van de drie resterende functies niet geschikt is voor betrokkene, zodat moet worden geoordeeld dat onvoldoende functies resteren en het bestreden besluit op een onvoldoende grondslag berust. De rechtbank heeft het bestreden besluit terecht, zij het op de gronden als in deze uitspraak vermeld, vernietigd. De Raad ziet daarom aanleiding zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen en vast te stellen dat betrokkene met ingang van 16 weken na 22 juli 2014 recht heeft op arbeids- en inkomensondersteuning op grond van de Wajong 2010. De redelijke termijn is met één jaar en bijna twee maanden in de rechterlijke fase overschreden. Proceskosten hoger beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken