CRvB 17 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4227
Bij uitspraken van vandaag oordeelt de Raad dat appellante en X in de perioden van 11 juni 2014 tot en met 22 september 2015 respectievelijk 20 juni 2014 tot en met 11 september 2015 een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd. De Raad kan zich verder verenigen met het oordeel van de rechtbank dat het advies van [A] zorgvuldig tot stand is gekomen en bij de besluitvorming van het college mocht worden betrokken. Ook in hoger beroep is niet met medische stukken of anderszins aannemelijk gemaakt dat X gelet op zijn fysieke beperkingen niet in staat was de zware huishoudelijke taken voor appellante te verrichten. College heeft geen onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, van de Wmo 2015 verricht, belanghebbenden zijn hierdoor echter niet benadeeld. Wel veroordeling college in de proceskosten.
De uitspraak op rechtspraak.nl