CRvB 4 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3700
Recht op studiefinanciering voor Unieburger. Niet voldaan aan verblijfsvoorwaarde van vijf jaar, zodat moet worden beoordeeld of sprake is van voldoende economische activiteit. Het bewijs dat daaraan wordt voldaan moet door de studerende worden geleverd. In dit geval is het bewijs niet geleverd. Appellante is niet aan te merken als migrerend werknemer, nu niet aannemelijk is geworden dat zij in de periode waarover de minister heeft herzien daadwerkelijk arbeid heeft verricht. Appellante heeft zich mogelijk wel beschikbaar gehouden voor het verrichten van werkzaamheden, maar dat is niet voldoende. Nu er geen recht bestaat op studiefinanciering, bestaat er ook geen recht op de daaraan gekoppelde reisvoorziening. Een los recht op deze voorziening is er ook niet. Dat laatste geldt ook voor een bedrag voor boeken en leermiddelen. Dat bedrag is immers verdisconteerd in het bedrag voor levensonderhoud, wat meebrengt dat daarop de uitzondering van artikel 24 van Verordening 2004/38 van toepassing is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 25 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2502
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1974:74
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1982:105
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1985:69
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1988:322
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1988:323
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1989:130
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1992:87
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2005:169
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2008:630
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2010:57
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2016:396