CRvB 24 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:348
Mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld. De rechtbank heeft het beginsel van hoor en wederhoor, het beginsel van goede procesorde en artikel 6 van het EVRM niet geschonden. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het Uwv het medisch onderzoek in Nederland heeft kunnen laten plaatsvinden. In de uitspraak van 15 december 1999 (ECLI:NL:CRVB:1999:AA4556) heeft de Raad, onder verwijzing naar de beantwoording van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van prejudiciële vragen van de Raad, overwogen dat artikel 40 van Vo. 574/72 zich er niet tegen verzet dat bij een eerste vaststelling van een invaliditeitsuitkering aan een persoon die woont op het grondgebied van een andere lidstaat dan die van het bevoegde orgaan, het bevoegde orgaan op basis van eigen medisch onderzoek de mate van invaliditeit bepaalt, zonder eerst een onderzoek door het orgaan van de woonplaats te hebben gevraagd. Beperkingen van appellante zijn door het Uwv niet onderschat. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl