CRvB 24 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3420
Het oordeel van de rechtbank dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep afdoende heeft gemotiveerd dat appellante overeenkomstig de FML van 25 april 2016 in staat wordt geacht werkzaamheden te verrichten wordt onderschreven. In voldoende mate rekening gehouden met psychische en lichamelijke klachten van appellante. Geen twijfel over juistheid van medische beoordeling door het Uwv, daarom ziet de Raad geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige. Geselecteerde functies zijn passend. Mondelinge beheersing van de Nederlandse taal als bekwaamheid, artikel 9, aanhef en onder a, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Van reformatio in peius is geen sprake.
De uitspraak op rechtspraak.nl