CRvB 17 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3285
Hypotheekrentekorting. In het Algemeen inkomensbesluit sociale zekerheid (AIB) is geen overgangsregeling getroffen voor situaties als die van appellante waarin de hypotheekrentekorting – als gevolg van het feit dat het gehanteerde refertejaar is gelegen vóór 1 januari 2016 – niet is meegeteld in de berekening van het WIA-maandloon, maar de ontvangen rentekortingsbedragen wel op grond van artikel 3:2 van het AIB van de vanaf 1 januari 2016 ontvangen uitkering worden afgetrokken. Er is dan ook geen sprake van een omissie, maar van een keuze van de wetgever, waarbij rekening is gehouden met de mogelijkheid dat uitkeringen als gevolg van de nieuwe regeling lager uitvallen. Hoewel het effect van het gedurende vier maanden in mindering brengen van de hypotheekrentekorting op de uitkering van appellante niet verwaarloosbaar is, is niet gebleken van een dusdanig ingrijpend effect dat om die reden een intensievere beoordeling van de belangenafweging van de wetgever geboden is dan de terughoudende toetsing die in dit geval is aangewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl