CRvB 3 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3245

Aanvraag om een WAO uitkering ten onrechte buiten behandeling gesteld. De Raad voorziet zelf in de zaak door de aanvraag van appellant om een WAO uitkering af te wijzen. Vastgesteld moet worden dat het besluit is genomen buiten de termijn van vier weken als bedoeld in artikel 4:5, vierde lid, van de Awb. Het Uwv was op dat moment niet meer bevoegd om de aanvraag met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb buiten behandeling te stellen. Een inhoudelijke beslissing op die aanvraag was dan ook aangewezen. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Uit Suwinet is niet gebleken dat appellant op enig moment in Nederland heeft gewoond of gewerkt of een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering heeft ontvangen. Onvoldoende aanknopingspunten voor een zinvol onderzoek door het Uwv naar een eventuele verzekering in het verleden van appellant krachtens de WAO.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen