CRvB 31 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:314

1) Bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. 2) Aanvraag om een AOW-pensioen met ingang van zijn 65ste verjaardag terecht afgewezen. Pensioengat. Zoals de Raad heeft overwogen in de uitspraak van 3 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:143, dient bij de beantwoording van de vraag of een pensioengerechtigde onevenredig zwaar wordt getroffen door de verhoging van de AOW-leeftijd, de Svb een beoordeling te doen op individueel niveau, indien betrokkene, onderbouwd aangeeft op deze wijze getroffen te zijn. Ondanks het verzoek van de Svb daartoe zijn deze gegevens niet ingezonden. De Svb heeft dus niet kunnen vaststellen of, en zo nodig in welke mate, appellant onevenredig zwaar is getroffen door het feit dat het recht op AOW-pensioen pas op zijn 66ste verjaardag is ingegaan en niet eerder. De stelling van appellant dat in de besluitvorming over de verhoging van de AOW-leeftijd ten onrechte personen die een zwaar beroep uitoefenen niet zijn uitgesloten van deze verhoging, kan niet tot een ander resultaat leiden. Het is een weloverwogen keuze van de wetgever geweest om geen uitzonderingen te maken voor bepaalde groepen personen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken