CRvB 19 september 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3091

Gelet op het in verweerschrift weergegeven standpunt van de minister kan het ten dele vernietigde bestreden besluit ook niet in stand blijven wat betreft het bedrag van de herziene uitkering. In zoverre kan ook de (motivering van de) aangevallen uitspraak niet gevolgd worden. Dat laatste geldt ook voor de door de rechtbank vastgestelde ingangsdatum van de herziening. De Raad voorziet vervolgens zelf in de zaak. De Raad is niet tot een ander oordeel dan de rechtbank gekomen en ziet geen aanleiding voor het oordeel dat appellant ook na de door de rechtbank gegeven en door de minister aanvaarde gewenningsperiode aanspraak zou moeten houden op een hogere aanvullende uitkering dan waarop hij gelet op de wettelijke voorschriften recht heeft. De ingangsdatum van de aanvullende uitkering zal worden bepaald op 1 juli 2019 en het bedrag per die datum vastgesteld op bruto € 794,34 per maand. Proceskosten en griffierecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen