CRvB 21 augustus 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2933
Maatstaf arbeid. In het vervallen van artikel 44 van de ZW per 1 januari 2011 ziet de Raad aanleiding de vaste rechtspraak inzake de zogeheten ‘mislukte werkhervatting’ als volgt te heroverwegen. De overwegingen van de wetgever zijn voor de Raad aanleiding om niet langer vast te houden aan zijn rechtspraak dat ongeschiktheid bij indiensttreding, indien die zou worden vastgesteld, met zich brengt dat het laatstelijk voor uitval verrichte – ongeschikte – werk niet als maatstaf arbeid in de zin van de ZW kan gelden. Het standpunt van het Uwv dat de arbeid van medewerker groenvoorziening als een mislukte werkhervatting beschouwd dient te worden en die arbeid om die reden niet als maatstaf aangemerkt kan worden, slaagt dus niet. Het Uwv heeft ten onrechte als maatstaf de arbeid van hovenier genomen. Gelet op het verhandelde ter zitting is niet in geschil dat appellant op de datum in geding ongeschikt is voor arbeid van medewerker groenvoorziening (boomverzorger).
De uitspraak op rechtspraak.nl