CRvB 16 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:276
Het college heeft op goede gronden geconcludeerd dat appellante niet de medewerking als bedoeld in artikel 8.1.2, derde lid, van de Jeugdwet heeft verleend die redelijkerwijs nodig is ter uitvoering van die wet, als gevolg waarvan de behoefte aan jeugdhulp over de periode van 25 april 2015 tot 24 juni 2015 niet kon worden vastgesteld. Beroep ongegrond is.
De uitspraak op rechtspraak.nl