CRvB 16 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:244
De op de politieambtenaren toepasselijke regelgeving geeft geen grondslag voor het door de korpschef bedoelde onderscheid. Bij twijfel over de gerechtvaardigdheid van een ziekmelding ligt het op de weg van de korpschef op korte termijn advies te vragen bij de bedrijfsarts. De korpschef was dus niet bevoegd om appellante ziekteverlof te weigeren. Besluit 2 zal vernietigd worden voor zover hierbij besloten is om vakantie-uren af te boeken. De Raad ziet in de onverkorte erkenning van de korpschef dat de beoordeling niet op juiste wijze tot stand is gekomen, aanleiding om besluit 3 te vernietigen. Besluit 4 lijdt aan een motiveringsgebrek. De Raad is van oordeel dat appellante over een reeks van jaren een houding en gedrag heeft laten zien die haar ongeschikt maken voor de uitoefening van haar functie. De Raad is van oordeel dat de korpschef appellante een voldoende verbeterkans heeft gegeven en ziet geen grond om appellante te volgen in haar stelling dat het verbetertraject een te korte duur heeft gehad. Besluit 4 kan in rechte stand houden. De korpschef wordt veroordeeld in de kosten van appellante.
De uitspraak op rechtspraak.nl