CRvB 24 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:232

Het oordeel van de rechtbank dat appellante door haar gedragingen, zoals die uitgebreid zijn weergegeven in de beschikking van de kantonrechter van 13 augustus 2014, een benadelingshandeling heeft gepleegd, wordt onderschreven. Gedragingen op zich niet bestreden, appellante stelt niet verwijtbaar. Appellante heeft in een vroeg stadium rapporten en informatie overgelegd, waaruit blijkt van psychische klachten. Uwv had bij de besluitvorming onderzoek moeten doen naar de psychische gesteldheid van appellante ten tijde van haar meergenoemde gedragingen. Het bestreden besluit is in zoverre onvoldoende onderbouwd en gemotiveerd. In de medische stukken worden geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat appellante in die periode leed aan een dusdanig ernstige aandoening dat zij niet in staat was om normaal contact met haar werkgever te onderhouden, zich te houden aan afspraken, en mee te werken aan haar re-integratie. Geen dringende redenen. Motiveringsgebrek kan worden gepasseerd. Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken