CRvB 27 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2257

De Raad is van oordeel dat de minister op grond van het handelen en nalaten van appellante, zoals beschreven onder 5.3, in combinatie met de gebreken in het functioneren tijdens de plaatsing bij [A], resulterend in het beschreven verbetertraject, tot de conclusie mocht komen dat appellante ongeschikt is voor het vervolgen van haar loopbaan bij het ministerie. Met name integriteit en een goede wijze van communiceren en samenwerken zijn essentiële vereisten in alle door appellante vervulde en te vervullen (wisselende) functies bij het Ministerie. Niet opnieuw een verbeterkans bieden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen