CRvB 25 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2221
Afgewezen verzoek vrijstelling griffierecht. Uitkeringsspecificatie waarop vermeld dat vakantiegeld aan deurwaarder wordt overgemaakt. Besluitkarakter. Zeker in een situatie waarin bekend is dat een rechtzoekende een uitkering ontvangt of in loondienst werkt, staat geen rechtsregel er aan in de weg dat de griffier om een recente uitkerings- of salarisspecificatie vraagt en dat het verzoek wordt afgewezen als de rechtzoekende niet aan dat verzoek voldoet. De stelling van appellant dat de griffier gehouden is aan de hand van een verklaring als bedoeld in artikel 7b van de Wrb te onderzoeken of aan de voorwaarden voor vrijstelling wordt voldaan, wordt dan ook niet gevolgd. Bij de brief van 16 februari 2016 heeft het college appellant meegedeeld dat en ten behoeve van welke schuldeiser beslag is gelegd op zijn uitkering en wat dit beslag voor hem betekent. Appellant heeft niet zozeer aangevoerd dat beslag op zijn vakantiegeld niet mogelijk is, maar dat hij in mei 2017 in verband met de beëindiging van zijn bijstandsuitkering op 16 mei 2017 slechts gedurende een halve maand bijstand heeft ontvangen van het college en dat dit een bedrag betreft dat beneden de beslagvrije voet ligt. Appellant klaagt dus over de wijze waarop het college uitvoering heeft gegeven aan het beslag. In die zin is de in de uitkeringsspecificatie van 10 juli 2017 tot uitdrukking komende beslissing van het college om het vakantiegeld van mei 2017 niet aan hem, maar aan de deurwaarder uit te betalen op rechtsgevolg gericht. Deze beslissing kan dan ook worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, waartegen bezwaar kan worden gemaakt. De derde beslagene, in dit geval het college, is gehouden volledige medewerking aan het beslag te geven zonder de geldigheid en de omvang daarvan te mogen beoordelen. Ook de bestuursrechter dient bij de beoordeling van een betalingsbeslissing ter uitvoering van een gelegd beslag de geldigheid van dat beslag als een gegeven te beschouwen en zijn toetsing kan niet verder strekken dan de beantwoording van de vraag of het bestuursorgaan bij het nemen van de betalingsbeslissing is gebleven binnen het kader van het beslag. Het inkomen van appellant, lag na inhouding van een bedrag ten behoeve van de deurwaarder, boven de beslagvrije voet. Het vakantiegeld was dan ook geheel voor beslag vatbaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl