CRvB 29 mei 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1954
De OV‑chipkaart van appellante was op 24 mei 2016 reeds verlopen. Nu het technisch onmogelijk is om het reisproduct dat op een verlopen OV‑chipkaart is geladen bij een daartoe bestemde automaat van de vervoersbedrijven stop te zetten, wordt appellante niet gevolgd in haar primaire stelling dat zij het reisproduct op 24 mei 2016 heeft stopgezet. De minister heeft geen gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 4.2, derde lid, van de Rsf 2000 om stopzetting van het reisproduct bij aangetekende brief toe te staan. Geen aanleiding toepassing hardheidsclausule.
De uitspraak op rechtspraak.nl