CRvB 10 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:170

De Raad is, anders dan de rechtbank en de korpschef, van oordeel dat de verweten gedraging in dit geval geheel in de sleutel moet worden gezet van gebreken in het functioneren van appellant. Het appellant verweten plichtsverzuim bestaat er in de kern in dat de administratieve afwerking van zaken door hem niet of niet tijdig plaatsvond. In het verlengde van een juiste taakvervulling zodat appellant, mede gezien de in 1.3 genoemde beoordeling, wel een verbetertraject mocht verwachten maar geen disciplinaire maatregel. Van adequate sturing of monitoring dan wel waarschuwing van de kant van de leidinggevende(n) van appellant is niet gebleken. Onder deze omstandigheden kan niet worden gesproken van een verwijtbare tekortkoming die een strafwaardig plichtsverzuim oplevert. Hoger beroep slaagt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen