CRvB 3 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1657

Voor appellant als passende arbeid als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de ZW moet worden aangemerkt: de ondernemer met een eigen kapsalon, die leiding geeft aan de kapsalon en de aanwezige kappers, die klanten adviseert over haarverzorging, die gastheer is en daarnaast nog slechts een beperkt aantal klanten per dag knipt. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd kan niet leiden tot een ander oordeel. Geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat appellant met de bij hem bestaande beperkingen niet geschikt zou zijn voor de maatstaf arbeid. Terecht oordeel rechtbank dat Uwv gevolgd kan worden dat appellant met ingang van 21 december 2015 geen recht meer heeft op ziekengeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen