CRvB 17 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:150
Verzoek de hoogte van het eerder vastgestelde vermogen te herzien op de grond dat haar vermogen sterk is verminderd, terecht afgewezen. Verweerder heeft terecht geen aanleiding gezien tot toepassing van artikel 59a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wuv. Volgens verweerder is geen sprake van een vermogensvermindering waarop appellante geen invloed heeft kunnen uitoefenen. Het instorten van de beurs in 2008/2009 betrof weliswaar een bijzondere situatie, maar de daardoor ontstane waardevermindering van de beleggingsportefeuille kan niet anders worden gezien dan een gebeurtenis die inherent is aan het beleggen op de beurs. Niet gebleken is dat aan het beleggen beslissingen ten grondslag hebben gelegen die door appellante niet in vrijheid zouden zijn genomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl