CRvB 5 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1306

Aangevallen uitspraak 1, procesbelang. Het belang bij een beoordeling van het bestreden besluit 1 is gelegen in de vraag of het Uwv op goede gronden tot verrekening is overgegaan. De rechtbank heeft dat miskend en om die reden wordt de aangevallen uitspraak 1 vernietigd. Voor zover appellant zich op het standpunt heeft gesteld dat het Uwv al bij besluit van 7 juni 2001 rekening had moeten houden met zijn arbeidsverleden in Ierland, kan dat niet slagen. De Raad overweegt dat de berekening van deze uitkering zoals uiteengezet in het bestreden besluit 2 heeft plaatsgevonden met volledige inachtneming van de artikelen 52 tot en met 54 van Vo 883/2004. Het Uwv was, gelet op regelgeving, gehouden de Ierse uitkering in mindering te brengen op de WAO-uitkering. De stelling van appellant dat hij door zijn verplaatsing naar Nederland in een nadeliger positie is beland, kan niet leiden tot een ander oordeel. De hoogte van het nabetalingbedrag van het Ierse invaliditeitspensioen is lager dan het bedrag dat appellant aan het Uwv dient terug te betalen. Het Uwv is in een dergelijke situatie bevoegd om het gehele nabetalingsbedrag te verrekenen met het terugvorderingsbedrag. Dit betekent dat het beroep tegen het bestreden besluit 1 ongegrond dient te worden verklaard. Uwv veroordeeld in proceskosten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken