CRvB 22 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:894

Appellant heeft betrokkene in wezen ontheven uit zijn functie. Na dit besluit is betrokkene naar zijn werk blijven komen terwijl hij, na 1 februari 2014, geen werkzaamheden heeft kunnen verrichten, omdat deze hem niet meer werden opgedragen. Betrokkene is gedurende een aanzienlijke periode gaan “zweven”, wat volgens vaste rechtspraak van de Raad niet aanvaardbaar is (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 16 maart 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:BA3313). Reeds hierom kan het bestreden besluit geen stand houden. Dat aan betrokkene met besluit 2 alsnog - maanden na de ontheffing - andere werkzaamheden zijn opgedragen, kan dat evenmin anders maken als het door appellant gehanteerde mobiliteitsbeleid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken