CRvB 13 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:783
In afwachting van de beslissing op bezwaar tegen het besluit van 10 juli 2013 in de vreemdelingrechtelijke procedure, had betrokkene rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder h, van de Vw 2000. Met het nemen van de beslissing op bezwaar is het rechtmatig verblijf van betrokkene geëindigd. Het geven van een vrijwillige vertrektermijn van 28 dagen betekent niet dat zij gedurende deze termijn rechtmatig verblijf heeft.
De uitspraak op rechtspraak.nl