CRvB 1 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:595
Omdat het verzoek om compensatie van betrokkene wat betreft periode 3 is ingediend tijdens deze laatste waarneming en de besluitvorming over die periode ten tijde van dat verzoek dus nog niet was afgerond en de bezwaartermijnen ter zake nog niet, althans niet volledig, waren verstreken, heeft de staatssecretaris met juistheid tot uitgangspunt genomen dat in zoverre geen sprake was van een (zuiver) verzoek om terug te komen van in rechte vaststaande besluitvorming betreffende een afgesloten periode. Reeds vanwege dit verschil met de periodes 1 en 2 is geen sprake van gelijke gevallen en willekeur, zoals betrokkene heeft betoogd.
De uitspraak op rechtspraak.nl