CRvB 6 december 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3902
Herhaalde aanvraag Wajong-uitkering ten onrechte afgewezen. Aan het bestreden besluit ligt, met name wat betreft de rugklachten, een inhoudelijke heroverweging ten grondslag. De rechtbank niet had mogen volstaan met het oordeel dat er geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. Geen aanknopingspunten dat de verzekeringsarts de beperkingen die samenhangen met hoofdpijnklachten onjuist heeft vastgesteld. Appellante kan daarom niet worden aangemerkt als jonggehandicapte op grond van artikel 2:3, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Wajong 2010. Beoordeling artikel 2:3, tweede lid, van de Wajong 2010. Uit het rapport van de verzekeringsarts blijkt dat de afwijking aan de rug, de scoliose, reeds in december 1997 door de schoolarts is vastgesteld en sedertdien bestaat. Het Uwv moet daarom nog beoordelen of in de van belang zijnde periode sprake is van toegenomen beperkingen ten gevolge van de scoliose en, zo ja, of er sprake is van een verlies aan arbeidscapaciteit hieruit. Het bestreden besluit berust niet op een deugdelijke grondslag en moet het worden vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl