CRvB 20 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3707

Opheffing cliëntenraad. LCR, FNV, appellante 3 en PMA n-o. De beroepsgronden van appellanten 1 en 2 hebben betrekking op hun positie als lid van de PMA. Hun belang is erin gelegen dat die positie wordt hersteld. Artikel 47 van de PW strekt echter niet tot bescherming van de individuele belangen van leden van een cliëntenraad. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 47 van de PW (Kamerstukken II, 2013-2014, 33161, nr. 107, p.55 en p.118) blijkt dat de wetgever met deze bepaling slechts heeft beoogd de actieve betrokkenheid van personen die met de PW te maken krijgen te waarborgen. De precieze wijze waarop de gemeenten deze actieve betrokkenheid vormgeven, kan de gemeenteraad zelf bij verordening bepalen. De aangevoerde gronden, wat hier verder ook van zij, kunnen op grond van artikel 8:69a van de Awb niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Deze beroepsgronden worden daarom buiten bespreking gelaten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken