CRvB 31 oktober 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3501
Het bestreden besluit kan en zal inhoudelijk worden getoetst. In dit geding is zogenoemde Rijnvarendenovereenkomst van toepassing. Op Rijnvarenden is niet gelijktijdig de socialezekerheidswetgeving van toepassing van meer dan één Staat. Uitzonderingen op aanwijsregels mogelijk. Uitspraak van de Raad van 28 juli 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:2634), artikel 13 van het Rijnvarendenverdrag, niet onredelijk standpunt. Regularisatieovereenkomst. Naar het oordeel van de Raad was op betrokkene de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing en heeft het betrokkene vanaf de ontvangst van beslissing op bezwaar van Belastingdienst van 3 maart 2009 redelijkerwijs duidelijk kunnen zijn dat hij aan de Nederlandse socialezekerheidswetgeving onderworpen was. Standpunt Svb onderschreven. Bestuursorgaan mag voorafgaand aan besluit zijn standpunt aanpassen. Geen ruimte voor rechtbank om zelf in de zaak te voorzien. De redelijke termijn is met twaalf maanden overschreden, drie maanden voor rekening Svb en negen maanden voor rekening Staat. Opdracht aan Svb om nieuwe beslissing op bezwaar te nemen en nog te onderzoeken of er over dit tijdvak bijzondere omstandigheden zijn om mee te werken aan regularisatie.
De uitspraak op rechtspraak.nl