CRvB 7 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3480
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het Uwv het bezwaar van betrokkene ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Bewindvoering. Gelet op de artikelen 1:438 en 1:441, eerste lid, van het BW moet betrokkene zich in een eventueel geding over een onder bewind gesteld goed laten vertegenwoordigen door haar bewindvoerder. Dit betekent dat het Uwv in zoverre wordt gevolgd dat aan het door betrokkene ingediende bezwaar een bevoegdheidsgebrek kleeft nu dat bezwaar niet door de bewindvoerder was ingediend. Dit betreft echter een bevoegdheidsgebrek dat reparabel is, en dat ook nog na afloop van de bezwaartermijn kan worden hersteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl