CRvB 7 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3479

WW-uitkering terecht ingetrokken en teruggevorderd. Appellant was ten tijde in geding directeur-grootaandeelhouder in de zin van artikel 6, eerste lid, onder d, van de WW en hij was daarom niet verzekerd voor de WW. Appellant heeft bij de aanvraag van de WW-uitkering zijn inlichtingenplicht geschonden en niet alle informatie verschaft die nodig was voor een juiste beoordeling daarvan. De WW-uitkering is daardoor ten onrechte en door toedoen van appellant verstrekt zodat de uitkering, ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Beleidsregels schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen 2006 met terugwerkende kracht wordt ingetrokken tot en met de dag vanaf welke de uitkering ten onrechte is verstrekt. Het Uwv kon de onverschuldigd betaalde uitkering over die periode dan ook terugvorderen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen