CRvB 31 oktober 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3451
Beoordeling aanspraken appellant aan hand van de AAW, vaste rechtspraak. Laattijdige aanvraag. De rechtbank gevolgd in oordeel dat er geen aanknopingspunten zijn dat de verzekeringsartsen de beperkingen van appellant hebben onderschat en oordeel dat verzekeringsartsen deugdelijk hebben gemotiveerd dat voor extra concentratiebeperking geen aanleiding is. In hoger beroep is in hoofdzaak herhaling van standpunt in beroep en vormt geen reden voor een ander oordeel. Ook geen aanknopingspunten om standpunt verzekeringsarts bezwaar en beroep niet te volgen met betrekking tot zogenoemde Amber-periode van vijf jaar na 14 september 1992. Evenals rechtbank geen aanleiding appellant te volgen in standpunt dat functies voor hem niet geschikt zijn. Rechtbank is bij beoordeling beroep van onjuiste wettelijke grondslag uitgegaan. De redelijke termijn is met een jaar en ruim drie maanden overschreden, grotendeels aan de bestuursrechter toe te rekenen. Dit leidt tot een schadevergoeding van € 1.500,-. Uwv wordt veroordeeld in proceskosten appellant.
De uitspraak op rechtspraak.nl