CRvB 6 september 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2745

De Raad komt, anders dan de rechtbank, tot het oordeel dat de minister een overwegend aandeel heeft gehad in het ontstaan en voortbestaan van de vertrouwensbreuk/impasse die tot het ontslag heeft geleid. Dit aandeel is gelegen binnen de bandbreedte van 51 tot 65%. Appellant had, naast de aanspraak (garantie) op een WW-uitkering en een bovenwettelijke uitkering ook een geldelijke compensatie moeten worden toegekend overeenkomstig de genoemde uitspraken van 28 februari 2013 naar een factor van 0,5.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken