CRvB 29 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2705

Beroepschrift bevatte geen gronden, ook niet binnen de vier weken, gegeven om verzuim te herstellen. Discretionaire bevoegdheid rechtbank om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Gelet op alle feiten en omstandigheden heeft de rechtbank het beroep in redelijkheid niet niet-ontvankelijk kunnen verklaren. Geen terugwijzing. Vanaf eind 2013 verrichtte appellant opdrachten als zelfstandige. In verband daarmee is de WW-uitkering met ingang van 4 december 2013 volledig beëindigd. Appellant heeft daarom per 1 oktober 2016 zijn werkzaamheden in de zelfstandige uitoefening van een beroep niet volledig beëindigd. Op grond van artikel 8, derde lid, van de WW is daarom herkrijging van de hoedanigheid van werknemer niet mogelijk. Een gedeeltelijke herkrijging, zoals appellant voorstaat, is op grond van deze bepaling niet mogelijk. Uwv heeft terecht geweigerd de WW-uitkering van appellant met ingang van 1 oktober 2016 voort te zetten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken