CRvB 22 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2643

De verwachting op verbetering van de belastbaarheid van appellant is in de diverse rapporten van verzekeringsartsen (bezwaar en beroep) onvoldoende medisch onderbouwd. Nu alle informatie over de behandeling van appellant voorhanden is en de verzekeringsartsen bezwaar en beroep hun visie in diverse stadia van de procedure uitgebreid hebben verwoord, wordt ervan uitgegaan dat een deugdelijke motivering van de arbeidsongeschiktheid per 5 november 2014, in dit stadium van de procedure niet meer kan worden gegeven. Appellant dient daarom met ingang van die datum in aanmerking te worden gebracht voor een IVA‑uitkering. Het oordeel van de rechtbank over het dagloon wordt onderschreven. Daaraan wordt toegevoegd dat vanwege de aankoop van extra vakantiedagen door appellant en de eenmalige verlaging van het salaris met een bedrag van € 1.057,20 in juni 2011 en de uiteindelijke uitbetaling daarvan in februari 2015, in de referteperiode geen sprake was van vorderbaar loon. Appellant zal met ingang van 5 november 2014 in aanmerking worden gebracht voor een IVA‑uitkering, berekend naar een dagloon van € 116,48.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken