CRvB 16 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2545
De in de tussenuitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:2475) geconstateerde gebreken zijn hersteld door een nader rapport van een verzekeringsarts. Zoals in de tussenuitspraak is geoordeeld, dient op de datum waarop het al dan niet verlengen van de no-riskpolis aan de orde is, te weten 13 december 2014, een inschatting te worden gemaakt van het te verwachten risico. De verzekeringsarts heeft inzichtelijk gemotiveerd dat bij werknemer geen sprake is van een aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten. Geen aanknopingspunten om het door het Uwv ingenomen standpunt voor onjuist te houden. Dit leidt tot de conclusie dat het Uwv terecht en op goede gronden heeft geweigerd om de no-riskpolis per 13 december 2014 te verlengen.
De uitspraak op rechtspraak.nl