CRvB 5 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2067
De Raad stelt voorop dat appellant met het besluit van 18 december 2014 heeft gekregen wat hij had gevraagd. Zijn aanvraag op grond van de Regeling uitkering substantieel bezwarende functies 2006 is volledig ingewilligd. Zoals ook de rechtbank heeft overwogen had appellant, als hij alsnog in aanmerking had willen komen voor toepassing van de per 1 oktober 2014 in werking getreden nieuwe SBF-regeling, gedurende een daartoe speciaal in het leven geroepen overgangsperiode tot en met 31 maart 2015 zijn aanvraag kunnen intrekken en vervangen door een aanvraag op grond van die nieuwe regeling. Dat heeft appellant niet gedaan. Niet valt dus in te zien dat de minister een ander besluit had moeten of zelfs kunnen nemen dan het besluit dat is genomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl