CRvB 3 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2059

Tweede boete onder intrekking eerdere boete. Hetzelfde feit. Ne bis in idem. Voor de toepassing van artikel 5:43 van de Awb is, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, niet van belang dat een eerder opgelegde boete niet langer wordt gehandhaafd. Vaststaat dat het college appellant op 19 maart 2015 boete 1 heeft opgelegd zodat, indien boete 2 voor dezelfde overtreding als boete 1 is opgelegd, sprake is van schending van artikel 5:43 van de Awb. Beide boetes zijn op grond van artikel 18a van de PW opgelegd wegens het niet nakomen van dezelfde wettelijke verplichting, te weten de inlichtingenverplichting als bedoeld in artikel 17 van de PW. Aan beide boetes heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant en zijn echtgenote geen melding hebben gemaakt van de motorvoertuigen die sinds 1 januari 2012 op hun naam staan of hebben gestaan en geen deugdelijke administratie van deze voertuigen hebben kunnen overleggen. Dit betekent dat appellant en zijn echtgenote vanaf 2012 de op hen rustende inlichtingenverplichting hebben geschonden. Het college kan niet worden gevolgd in zijn betoog dat vanaf het moment van het vragen naar de administratie van dezelfde motorvoertuigen sprake is van een aanzienlijk verschil in de juridische aard van de feiten en de gedragingen van appellant en zijn echtgenote. Het betreft immers dezelfde niet gemelde voertuigen die vanaf 1 januari 2012 op naam van appellante en zijn echtgenote hebben gestaan. Dat betekent dat sprake is van hetzelfde feit in de hiervoor genoemde zin. Hieraan doet niet af dat de verschillen in de hoogte van de boete is te relateren aan verschillende periodes. Boete 2 is in strijd met artikel 5:43 van de Awb.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken