CRvB 27 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2029
1) Pas tijdens de procedure in beroep is het besluit van een afdoende medische grondslag voorzien. Appellante heeft terecht aangevoerd dat de rechtbank het Uwv ten onrechte niet heeft veroordeeld in de proceskosten. 2) Eerste arbeidsongeschiktheidsdag juist vastgesteld. De enkele vaststelling dat werknemer eerder langdurig arbeidsongeschikt is geweest op grond van dezelfde klachten en dat werknemer te snel weer aan het werk is gegaan nadat hij in juni 2012 een hartinfarct heeft gehad, is onvoldoende om te stellen dat werknemer vanaf 28 juli 2010 doorlopend arbeidsongeschikt is geweest en dat werknemer bij aanvang van zijn dienstverband bij appellante reeds ongeschikt was voor de met appellante overeengekomen arbeid. 3) IVA-uitkering terecht geweigerd. Er bestonden nog behandelmogelijkheden waarvan succes te verwachten was. Het Uvw heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat de arbeidsongeschiktheid van werknemer niet kan worden aangemerkt als duurzaam in de zin van art. 4 van de Wet WIA.
De uitspraak op rechtspraak.nl