CRvB 28 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1977

Afwijzing verzoek van betrokkenen. Hieraan heeft appellant ten grondslag gelegd dat betrokkenen geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden hebben aangevoerd op grond waarvan moet worden teruggekomen van de inschaling bij hun aanstellingsbesluiten en de daarop volgende bevorderingsbesluiten. Hoewel appellant zich in het bestreden besluit op het standpunt heeft gesteld dat er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, is hij vervolgens overgegaan tot een volledige heroverweging van het herzieningsverzoek van betrokkenen. De rechtbank heeft daarom terecht de besluitvorming van appellant getoetst als ware dit het eerste besluit op de aanvraag. Appellant heeft voorts betoogd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de korpschef gehouden is het regionale beleid toe te passen op betrokkenen. Dit betoog slaagt. De korpschef heeft betrokkenen ingeschaald in overeenstemming met het vanaf de lichtingen ná februari 2010 toegepaste landelijke beleid. Het staat een bestuursorgaan vrij om zijn buitenwettelijk begunstigend beleid te wijzigen. Gelet op wat de korpschef in hoger beroep naar voren heeft gebracht, bestaat er geen aanleiding voor het oordeel dat de korpschef het landelijke beleid vanaf 1 februari 2010 niet consistent heeft toegepast. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken