CRvB 27 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1968
Aan appellante is op goede gronden loondispensatie voor werkneemster verleend, vastgesteld op 43,25%. De Wajong kent geen nadere regeling voor het bepalen van de arbeidsprestatie als bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, van de Wajong. De keuze van het Uwv om de arbeidsprestatie van werkneemster te berekenen met toepassing van de methodiek van Dariuz leidt tot een resultaat dat de toetsing aan de artikelen 3:46 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht kan doorstaan. Het Uwv heeft voldoende inzichtelijk gemaakt welke gronden de aanleiding zijn geweest voor het besluit om aan te sluiten bij de methodiek die in de arbeidsmarktregio wordt gehanteerd. Niet in geschil is dat voor de arbeidsmarktregio waarin werkneemster woont het regionaal Werkbedrijf voor de methodiek van Dariuz heeft gekozen. Verder heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in het rapport van 16 maart 2016 terecht vermeld, dat in het arbeidskundig rapport van 20 november 2015 voldoende inzichtelijk is gemaakt dat de in dit geval gehanteerde loonwaardemethodiek van Dariuz op een juiste wijze is toegepast door een erkende loonwaarde-expert en dat de bepalende waarden voor het vaststellen en berekenen van de loonwaarde verifieerbaar en op juiste wijze zijn verwerkt. De uitkomst van de loonwaardeberekening geeft daarmee een objectief eindresultaat.
De uitspraak op rechtspraak.nl