CRvB 23 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1525
Pgb voor huishoudelijke hulp terecht ingetrokken. Appellante heeft aanspraak op verblijf en daarmee samenhangende zorg op grond van de Wlz. Uit de tekst van artikel 2.3.5, zesde lid, van de Wmo 2015 en de memorie van toelichting van zowel de Wmo 2015 en de Wlz volgt dat het de bedoeling van de wetgever is geweest bij (onder meer) deze wetten een duidelijke scheiding in zorg en verantwoordelijkheid aan te brengen. Indien iemand een indicatie heeft op grond van de Wlz of daarvoor in aanmerking zou kunnen komen, is het college, behoudens het bepaalde in artikel 8.6a van de Wmo 2015, niet verplicht een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 te treffen.
De uitspraak op rechtspraak.nl