CRvB 26 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1317

Besluit 1: Handhaving schorsing. Het functioneren moet in zijn totaliteit als onvoldoende worden beschouwd. Besluit 2: Gelet op het ontbreken van nader onderzoek naar de niet langer tegengeworpen uitlatingen, in het geheel niet duidelijk kunnen maken, zodat ook niet duidelijk is kunnen worden dat er specifiek met betrekking tot appellant redenen tot schorsing aanwezig zijn geweest. Het schorsingsbesluit zal worden herroepen. Besluit 3: Het ontslag vanwege het ontbreken van een toereikende verbeterkans, kan geen stand houden. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Vernietiging uitspraak voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten. Dit betekent dat het ongeschiktheidsontslag geacht moet worden nooit te hebben bestaan. Incidenteel hoger beroep: Nu de Raad, zij het op andere gronden dan de rechtbank en met ongedaanmaking van de instandlating van de rechtsgevolgen, komt tot de uitkomst dat bestreden besluit 3 geen stand kan houden, kan het incidenteel hoger beroep niet slagen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken